Robomow-helpcentrum Typ uw vraag of kies een categorie om de hulp te vinden die u nodig hebt

De robot stopt met het bericht "Vastgelopen".

 

Dit artikel bevat de volgende secties:

 
 

(E1) Voor de modellen RC, TC, MC

Q1 - Zijn er tekenen op het gazon dat de wielen zijn vastgelopen?

Indien Ja - ga verder met Q2.

Indien Nee - ga verder met Q3.

 

Q2 - Maakt het pad op het gazon een soepele manoeuvreerbaarheid mogelijk? (kuilen, hellingen, modder, hoog gras). Zie de onderstaande tabel voor oplossingen:

Indien Ja - ga verder met Q3.

Indien Nee - repareer het pad en controleer of dit het probleem verhelpt. Als de fout blijft optreden direct nadat de robot iets wegslipt (door modder) moet de slipgevoeligheid met één segment worden verhoogd.

Service > P238. Ga verder met Q3

 

Q3 - Kan het voorste wiel vrij ronddraaien op zijn as en tegen het chassis van de robot?

Indien Ja - ga verder met Q4.

Indien Nee - probeer het wiel te ontgrendelen (er kan sprake zijn van enig vuil, modder of grasresten waardoor het wiel niet vrij kan draaien).
Als dit niet lukt, moet de robot bij een erkend servicestation ter reparatie worden aangeboden

 

Q4 - stuur de robot om te werken op het gazon, waar deze ten minste 5 meter vooruit kan rijden, zonder een obstakel te raken of een draad kan bereiken.

Kan de robot recht rijden voor minimal 2 meter zonder van richting te wijzigen?

Indien Ja - ga verder met Q5.

Indien Nee - open het scherm "Gedrag" (Service --> P126), en controleer waarde #2 'Gebeurtenis bij laatste beëindiging'. De onderstaande tabel omschrijft de waarden die zichtbaar zijn. Noteer de waarde als de robot aan het werk is, en handel overeenkomstig de bevindingen.

Werken met een speciaal display:

Zodra het gewenste menu Speciale display is geselecteerd, drukt u op de knop  om te schakelen tussen de gebruikersmenu's en het scherm Speciaal display dat is geselecteerd. Stuur de robot aan om te werken in scanmodus door op de knop  te drukken en druk vervolgens op de knop  om te schakelen tussen het scherm "Gedrag" terwijl de robot ter observatie maait.

Controleer waarde #2 (bovenste regel, tweede waarde van links). Als de robot van richting verandert op een plek waar dit niet dient te gebeuren (midden op het gazon) noteert u waarde #2 op het scherm en controleert u dit vervolgens in de onderstaande tabel. Controleer de waarde in de onderstaande tabel.

Waarde

duidt op

Wanneer zal dit gebeuren?

Wat nu?

0

Geen

Geen detectie.

Niets.

4

Afstand

Dit gebeurt als de robot 250 vooruit rijdt, zonder een draad te bereiken, of een obstakel te raken (bumpergebeurtenis).

Controleer bij de klant of het robotmodel geschikt is voor de grootte van uw gazon.

6

Draad

De robot detecteert een draad.

Controleer bij de klant of daar daadwerkelijk een draad zit of dat dit een onjuiste detectie is.

7

Bumper

De robot detecteert een bumper.

Controleer bij de klant of de robot daadwerkelijk een obstakel heeft geraakt of dat dit een onjuiste detectie is.

8

Wegvallen van voorste wiel

De robot detecteert het wegvallen van een voorste wiel.

Controleer bij de klant of daadwerkelijk de robot is vastgelopen waarbij het voorste wiel in een kuil in het gazon is gevallen.

9

Wegslippen van voorste wiel

De robot detecteert het wegslippen van een voorste wiel.

Controleer bij de klant of het voorste wiel goed kan draaien op zijn as en tegen het chassis van de robot.

 

10

Te hoge stroom aandrijving

Dit gebeurt als één van de wielen wordt blootgesteld aan een hoge stroomwaarde.

Controleer of er geen zichtbare reden is dat het aandrijfwiel met wrijving draait. Als niets is gevonden, voert u een rijtest uit en handelt u overeenkomstig de testresultaten.

11

Helling

Als de robot een helling opstuurt van meer dan 20, of 35%.

Robomow is niet ontworpen voor het werken op een oppervlak meer hellingen van meer dan 20 graden.

12

Robot vastgelopen

Tijdens het maaien, als de robot de draad bereikt, stopt deze en rijdt de maaier terug het gazon op. Als de robot niet terugkeert naar het gazon, zal de maaier met deze fout stoppen.

Controleer het onderstaande:

1. Draad is goed aan de grond bevestigd.

2. Let op dat de perimeterdraad op een vlakke ondergrond is geïnstalleerd (niet meer dan 6°, of 10%).

13

Einde van de rand

Als de robot om enige reden de bewerking van de randen beëindigt

 

14

De draad kwijt

Dit gebeurt als de robot het draadsignaal verliest. Let op dat de stroomvoorziening altijd is ingeschakeld.

Als er geen sprake is van stroomuitval, moeten de robot, het controlepaneel en het basisstation naar een erkende servicedealer worden gebracht voor nader onderzoek.

15

Detectie van het dockingstation

De robot detecteert een basisstation in de nabijheid.

Controleer bij de klant of daadwerkelijk sprake is van een basisstation binnen een straal van 2 meter.

 

Q5 - laat de robot maaien en observeer deze gedurende ca. 30 minuten. Heeft u enig ongewenst gedrag ervaren tijdens de werking? (Wijziging van richting in het midden van het gazon, stoppen met voorwaartse beweging zonder enige aanwijsbare reden, enz.)

Indien Ja - moet de robot bij een erkend servicestation ter reparatie worden aangeboden.
Indien Nee - laat de robot werken, als de fout wederom optreedt, dient u contact op te nemen met de hotline voor nader onderzoek.

 
 
 

Voor de modellen RS/TS/MS

Q1 - Zijn er tekenen op het gazon dat de wielen zijn vastgelopen?

Indien Ja - ga verder met Q2.

Indien Nee - ga verder met Q3.

 

Q2 - Maakt het pad op het gazon een soepele manoeuvreerbaarheid mogelijk? (kuilen, hellingen, modder, hoog gras). Zie de onderstaande tabel voor oplossingen:

Indien Ja - ga verder met Q3.

Indien Nee - repareer het pad en controleer of dit het probleem verhelpt. Als de fout blijft optreden direct nadat de robot iets wegslipt (door modder) moet de slipgevoeligheid met één segment worden verhoogd. Ga naar Service > Instellingen > Wegslippen > Gevoeligheid.
Ga verder met Q3.

 

Q3 - Kan het voorste wiel vrij ronddraaien op zijn as en tegen het chassis van de robot?

Indien Ja - ga verder met Q4.

Indien Nee - probeer het wiel te ontgrendelen (er kan sprake zijn van enig vuil, modder of grasresten waardoor het wiel niet vrij kan draaien).
Als dit niet lukt, moet de robot bij een erkend servicestation ter reparatie worden aangeboden.

 

Q4 - stuur de robot om te werken op het gazon, waar deze ten minste 5 meter vooruit kan rijden, zonder een obstakel te raken of een draad kan bereiken.

Kan de robot recht rijden voor minimal 2 meter zonder van richting te wijzigen?

Indien Ja - ga verder met Q5.

Indien Nee - open het scherm Gedrag: Service > P122

(Service > Informatie > Speciaal display > scherm Gedrag), en controleer waarde #2, 'Gebeurtenis bij laatste beëindiging'. De onderstaande tabel omschrijft de waarden die zichtbaar zijn. Noteer de waarde als de robot aan het werk is, en handel overeenkomstig de bevindingen.

Werken met een speciaal display:

Zodra het gewenste menu Speciale display is geselecteerd, drukt u op de knop  om te schakelen tussen de gebruikersmenu's en het scherm Speciaal display dat is geselecteerd. Stuur de robot aan om te werken in scanmodus (randen overslaan) druk vervolgens op de knop  om te schakelen tussen het scherm "Gedrag" terwijl de robot ter observatie maait.

Controleer waarde #2 (bovenste regel, tweede waarde van links). Als de robot van richting verandert op een plek waar dit niet dient te gebeuren (midden op het gazon) noteert u waarde #2 op het scherm en controleert u dit vervolgens in de onderstaande tabel. Controleer de waarde in de onderstaande tabel.

Waarde

duidt op

Wanneer zal dit gebeuren?

Wat nu?

0

Geen

Geen detectie.

Niets.

4

Afstand

Dit gebeurt als de robot 250 vooruit rijdt, zonder een draad te bereiken, of een obstakel te raken (bumpergebeurtenis).

Controleer bij de klant of het robotmodel geschikt is voor de grootte van uw gazon.

6

Draad

De robot detecteert een draad.

Controleer bij de klant of daar daadwerkelijk een draad zit of dat dit een onjuiste detectie is.

7

Bumper

De robot detecteert een bumper.

Controleer bij de klant of de robot daadwerkelijk een obstakel heeft geraakt of dat dit een onjuiste detectie is.

8

Wegvallen van voorste wiel

De robot detecteert het wegvallen van een voorste wiel.

Controleer bij de klant of daadwerkelijk de robot is vastgelopen waarbij het voorste wiel in een kuil in het gazon is gevallen.

9

Wegslippen van voorste wiel

De robot detecteert het wegslippen van een voorste wiel.

Controleer bij de klant of het voorste wiel goed kan draaien op zijn as en tegen het chassis van de robot.

10

Te hoge stroom aandrijving

Dit gebeurt als één van de wielen wordt blootgesteld aan een hoge stroomwaarde.

Controleer of er geen zichtbare reden is dat het aandrijfwiel met wrijving draait. Als niets is gevonden, voert u een rijtest uit en handelt u overeenkomstig de testresultaten.

11

Helling

Als de robot een helling opstuurt van meer dan 20°, of 35%.

Robomow is niet ontworpen voor het werken op een oppervlak met hellingen van meer dan 20 graden.

12

Robot vastgelopen

Tijdens het maaien, als de robot de draad bereikt, stopt deze en rijdt de maaier terug het gazon op. Als de robot niet terugkeert naar het gazon, zal de maaier met deze fout stoppen.

Controleer het onderstaande:

1. Draad is goed aan de grond bevestigd.

2. Let op dat de perimeterdraad op een vlakke ondergrond is geïnstalleerd (niet meer dan 6°, of 10%).

13

Einde van de rand

Als de robot om enige reden de bewerking van de randen beëindigt.

 

14

De draad kwijt

Dit gebeurt als de robot het draadsignaal verliest. Let op dat de stroomvoorziening altijd is ingeschakeld.

Als er geen sprake is van stroomuitval, moeten de robot, het controlepaneel en het basisstation naar een erkende servicedealer worden gebracht voor nader onderzoek.

15

Detectie van het dockingstation

De robot detecteert een basisstation in de nabijheid.

Controleer bij de klant of daadwerkelijk sprake is van een basisstation binnen een straal van 2 meter.

 

Q5 - laat de robot maaien en observeer deze gedurende ca. 30 minuten. Heeft u enig ongewenst gedrag ervaren tijdens de werking? (Wijziging van richting in het midden van het gazon, stoppen met voorwaartse beweging zonder enige aanwijsbare reden, enz.)

Indien Ja - moet de robot bij een erkend servicestation ter reparatie worden aangeboden.
Indien Nee - laat de robot werken, als de fout wederom optreedt, dient u contact op te nemen met de hotline voor nader onderzoek.